Wat is de Wmo?

Wmo staat voor Wet maatschappelijke ondersteuning. Het is de wet die regelt dat u hulp kunt krijgen om thuis te blijven wonen, ook als er dingen niet meer vanzelf gaan.

Waar gaat het over?

Denk aan iemand die het huis niet meer schoon krijgt. Aan een douche waar u niet meer veilig in stapt. Aan boodschappen doen als fietsen niet meer lukt. Of aan een partner die dag en nacht voor u zorgt en zelf even op adem moet komen.

Voor al die dingen kunt u bij uw gemeente aankloppen. Dat is de Wmo.

Wie kan er gebruik van maken?

Iedereen die thuis woont en ergens tegenaan loopt. U hoeft niet oud te zijn en niet ziek. U hoeft ook geen laag inkomen te hebben: de Wmo kijkt naar wat u nodig heeft, niet naar wat u verdient.

Woont u in een verpleeghuis, dan valt uw zorg onder een andere wet. En hulp van een wijkverpleegkundige, zoals steunkousen of wondverzorging, loopt via uw zorgverzekering. Twijfelt u waar u moet zijn, begin dan gewoon bij de gemeente; zij sturen u door als het ergens anders hoort.

Waarom verschilt het per gemeente?

De wet geldt in heel Nederland, maar elke gemeente vult hem zelf in. Zij bepaalt zelf welke bedragen zij hanteert en welke voorwaarden zij stelt.

Daardoor kan uw buurgemeente iets vergoeden wat de uwe niet vergoedt. Dat is geen fout, zo is het bedacht. Maar het betekent wel dat u moet weten wat er in úw gemeente geldt, en daar is deze site voor.

Wat kost het?

U betaalt een eigen bijdrage. Op dit moment is dat een vast bedrag per maand, hoeveel hulp u ook krijgt en hoeveel u ook verdient. Dat gaat veranderen: inkomen en vermogen gaan weer meetellen. Op de pagina Wat kost het mij? kunt u uitrekenen wat dat voor u betekent.

Voor een rolstoel betaalt u geen eigen bijdrage. En bent u getrouwd of woont u samen en is een van u jonger dan de AOW-leeftijd, dan betaalt u niets.

Waar begin ik?

Met één telefoontje naar uw gemeente. U zegt dat u een melding wilt doen voor de Wmo. Meer hoeft u niet te weten en u hoeft nog niets te bewijzen.

Weet u niet goed wat u moet vragen, beantwoord dan eerst een paar vragen op de pagina Wat kan ik krijgen?. Daar staat aan het eind wat er in uw gemeente geldt, welke stappen u zet en welk nummer u belt.

Hieronder staat uitgebreider hoe zo een aanvraag verloopt.

Hoe een aanvraag verloopt

U begint niet met een aanvraag maar met een melding bij het Wmo-loket van uw gemeente. Daarna volgt binnen zes weken een gesprek, meestal bij u thuis. Dat heet het keukentafelgesprek. De gemeente kijkt daarin naar wat u zelf nog kunt, wat uw omgeving kan opvangen, en wat er daarna overblijft.

Twee dingen zijn hier belangrijk en worden zelden verteld. U mag zich in dat gesprek laten bijstaan door een onafhankelijke cliëntondersteuner, en die is gratis - elke gemeente moet dit aanbieden. En u mag vooraf een persoonlijk plan indienen waarin u zelf opschrijft welke oplossing volgens u past. De gemeente moet dat plan bij haar beoordeling betrekken.

Na het gesprek krijgt u een verslag. Klopt dat niet met wat er is besproken, teken het dan niet zonder uw bezwaar erbij te schrijven. Pas daarna volgt het formele besluit, en tegen dát besluit kunt u binnen zes weken bezwaar maken.

Zorg in natura of een persoonsgebonden budget

Krijgt u ondersteuning toegekend, dan kunt u kiezen: de gemeente regelt het via een aanbieder waarmee zij een contract heeft (zorg in natura), of u krijgt een budget waarmee u zelf iemand inhuurt (pgb). Bij een pgb bepaalt de gemeente wat u per uur mag betalen. Díé tarieven staan op deze site, en ze lopen flink uiteen: voor huishoudelijke hulp zit er tussen de zuinigste en de gulste gemeente een factor die u op de voorpagina ziet staan.

Een laag pgb-tarief is niet alleen een papieren kwestie. Ligt het onder wat hulpverleners in uw regio vragen, dan kunt u met dat budget in de praktijk niemand vinden - en bent u alsnog aangewezen op de aanbieder van de gemeente.

De eigen bijdrage, en waarom die gaat veranderen

Op dit moment betaalt vrijwel iedereen hetzelfde vaste bedrag per maand voor Wmo-ondersteuning, ongeacht inkomen of vermogen. Dat heet het abonnementstarief, en het ligt rond de eenentwintig euro per maand. Het is bewust laag gehouden om zorg toegankelijk te maken.

Precies dat lage tarief heeft ervoor gezorgd dat veel meer mensen een beroep op de Wmo doen dan verwacht, met wachtlijsten en oplopende gemeentelijke kosten tot gevolg. Het kabinet wil het daarom vervangen door een bijdrage die meebeweegt met inkomen én vermogen. Voor de laagste inkomens verandert er weinig; wie meer heeft, gaat fors meer betalen - in de plannen tot enkele honderden euro's per maand.

Die wijziging is inmiddels meermaals uitgesteld. Eerst zou hij in 2026 ingaan, daarna in 2027, en na de meest recente behandeling in de Tweede Kamer is het op zijn vroegst 2028 geworden. Wij houden hier bij wat de stand van zaken is, want de datum verschuift vaker dan de nieuwsberichten suggereren - en op internet circuleren alle drie de jaartallen nog vrolijk door elkaar.

Het primaat van verhuizen

Wordt uw woning te duur om aan te passen, dan mag de gemeente voorstellen dat u verhuist in plaats van dat zij een traplift of badkamerverbouwing betaalt. Daar staat een verhuiskostenvergoeding tegenover, en dat is meteen het bedrag waarin gemeenten het sterkst van elkaar verschillen.

De gemeente mag dit niet zomaar opleggen. Zij moet aantonen dat er ook werkelijk een geschikte woning beschikbaar is, en zij moet meewegen wat verhuizen voor u betekent: uw netwerk, uw mantelzorg, hoe lang u er woont. Wordt daar overheen gestapt, dan is dat een van de kansrijkere gronden voor bezwaar.

Deze uitleg is algemeen van aard. Wat in uw situatie geldt, hangt af van uw gemeente en van uw persoonlijke omstandigheden. Voor advies over uw eigen aanvraag kunt u terecht bij de onafhankelijke cliëntondersteuning van uw gemeente - kosteloos.